maandag 28 december 2015

Een complimentje op z'n tijd.


Een complimentje geven of krijgen blijkt vaak lastig.
Een compliment wordt vaak afgedaan als “het valt wel mee”, ongeacht waarom een compliment wordt gegeven. Zo zei ik tegen iemand  dat ik haar vest leuk vond en dat de kleur haar mooi staat. Haar reactie was: “O, maar hij is al heel oud”. Niet dat ze hem ook zo mooi vindt en dat ze het met mij eens is dat de kleur haar goed staat. Nee, niks van dat alles. Mijn compliment werd weggewoven.

Ik ben na al die tijd nog steeds verbaasd over haar zelfbewuste reactie, ook al had ze volkomen gelijk.

Toen ik daar bij stil stond realiseerde ik me dat ik het zelfde doe. Als ik bijvoorbeeld een compliment over een leuk jasje krijg, dan zeg ik meestal dat ik dat jasje al heel lang heb, of dat die niet duur was, en vaak meld ik er ook  nog bij waar ik het gekocht heb (en dan alleen als het in een goedkope winkel was). Waarom weet ik niet, het is gebeurd voordat ik er erg in heb.  
Als iemand daarentegen een compliment “goed” ontvangt, dan ben ik verbaasd. Jaren  geleden zei ik tegen een vriendin dat haar kapsel (het was heel erg kort) haar goed stond. Zij zei niet: “dank je wel” of zo, maar zij beaamde dat en zei er bovendien nog bij dat zij een mooie schedel heeft en dat daarom dat korte haar bij haar zo goed staat. Ik ben na al die tijd nog steeds verbaasd over haar zelfbewuste reactie, ook al had ze volkomen gelijk.

Is het typisch Nederlands dat een compliment niet ten volle wordt gewaardeerd? Ligt dat aan onze calvinistische aard? Mogen wij niet pronken met iets goeds? Het antwoord hierop weet ik niet, maar wat ik wel weet is dat mijn voornemen voor 2016 is niet meer ongevraagd te vertellen waar ik iets heb gekocht en voor hoe weinig geld, maar “dank je wel” te zeggen en dat ik het helemaal met haar (hem)  eens ben. Sterker: het zou  leuk zijn om een keer te liegen, ofwel zeggen dat ik iets in een heel exclusieve zaak in Rome of Milaan heb gekocht voor heel veel geld. Kijken hoe men dan reageert. Maar zover ben ik nog niet.    
Fijne jaarwisseling en een complimentrijk 2016!!!
  


 

vrijdag 4 december 2015

Feestdagen


In juni begon de discussie over Piet, mag hij zwart of juist niet?
Mag hij wit met een veeg roet, of moet hij rondlopen met een paarse toet?
En zijn haar, hoe moet dat er uit zien?
Kroes, of blond en steil misschien?

Begin september zag ik de kruidnootjes al liggen, en even later ook marsepeinen biggen.
In oktober zag ik de letters van Droste en eigen merk Hema.
De oliebollenkraam verscheen toen ook, wat je zeker heel goed rook.
 

Dan komen de kerstdagen en die onbeantwoorde vragen.

 
 
In november kwam de stoomboot binnen en toen kon het feest echt beginnen.
In diverse winkels liedjes over Piet en Sint, over de roe, wild geraas, of blij gezind,
Op straat Pieten met grote zakken snoep, die ze strooiden over de stoep.
Ook hadden ze andere lekkere dingen, waar ik de kleintjes omheen zag dringen.

En morgen, 5 december, is het ‘t avondje van Sinterklaas, en daarna… is het voorbij, helaas!
Helaas? Wel nee!! Want dan komt de Kerstman in z’n arrenslee.
En wordt de aandacht op iets anders gericht dan de kleur van Piets gezicht.
Dan komen de kerstdagen en die onbeantwoorde vragen:
Zoals: “Met wie rijdt oma dit jaar mee naar het kerstdiner?”

En na de kerst is het oliebollen bakken en vuurwerk uit de dozen pakken.
We vieren de komst van het nieuwe jaar, lekker knus thuis of buiten met elkaar.
In januari zijn we uitgefeest, maar ja; dan is het eigenlijk wel genoeg geweest.

Tot  eind april, dan is het Koningsdag, een dag waarop bijna alles mag!
Een paar dagen later, op 5 mei, vieren we “VRIJ!”
En in juni beginnen we weer van voren af aan: “Wat doen we met Zwarte Piet voortaan?”  

 

   

vrijdag 13 november 2015

Het eenzame jasje.


Een paar maanden geleden zat ik gezellig met een vriendin te kletsen in een van onze favoriete restaurants. Achter haar zaten drie mannen aan een tafel voor vier; één stoel was dus leeg. Eén van deze mannen trok zijn colbertje uit en hing dat niet over zijn eigen stoel, noch over die ene lege, maar over een stoel naast hem; aan een andere tafel, waar niemand aan zat. Volgens mij deed hij dit om zijn territorium te vergroten. Maar had ik daarin gelijk? Ik vroeg het hem. Zijn antwoord: “ik wil niet dat mijn jasje kreukt.” Daar ging mijn theorie! Of had ik stiekem toch gelijk?
 
 Ik heb er niks van gezegd, want dat vond ik te kinderachtig en ik wilde mij bovendien niet laten kennen.

Korte tijd na dit incident zat ik op een terras aan een tafeltje waaromheen vier stoelen stonden. Naast mij gingen twee mannen zitten, tegenover elkaar. De man tegenover mij zat zo wijdbeens, dat zijn voeten bijna onder “mijn’ tafeltje kwamen; even later zette hij bovendien een voet op een van de stoelen van “mijn” tafeltje en hield daarbij ook nog die stoel aan de armleuning vast. Het voelde alsof hij mijn territorium binnendrong en dat voelde niet prettig. Ik heb er niks van gezegd, want dat vond ik te kinderachtig en ik wilde mij bovendien niet laten kennen.
 
In de tram of bus gebeurt dit ook. Vaak zitten mensen in hun eentje op een bank voor twee, met de tas op de andere stoel, aan het gangpad. Daar ik het niet nodig vind dat een tas zit en ik moet staan vraag ik of “die plek” vrij is, wijzend naar de zitplaats van de tas. De tas wordt dan (uiteraard) op schoot genomen, maar soms gaat dat met grote tegenzin.  

Mijn kat heeft ook de neiging haar gebied te vergroten. Als ik ga slapen ligt zij heel bescheiden op een hoekje van het bed, maar als ik ’s ochtends wakker word neemt zij mijn hele bed in beslag en mag ik blij zijn met een randje. Ergert mij dit? Nee, integendeel! Ik vind het juist heel slim van haar dat zij mij helemaal naar de rand van het bed krijgt zonder mij wakker te maken. Ik stap dan heel voorzichtig uit bed opdat zij kan blijven liggen, over de gehele breedte van mijn bed!    

 

 

 

zondag 25 oktober 2015

Wintertijd


Wintertijd

Vandaag is de wintertijd  begonnen. Al was het mooi en zonnig weer, de zomer is nu toch echt afgelopen! Ik word daar altijd een beetje triest van.

Mijn kat blijft lekker  liggen maar ik moet er uit, het warme bed verlaten. Dat is toch tegennatuurlijk?

Afgelopen vrijdag heb ik mijn balkon winterklaar gemaakt. De groene houten vlonders staan tegen de muur, bedekt met plastic zakken tegen het gure weer. De planten zitten in hun doos en staan op zolder, samen met het tafeltje en de twee stoelen. Op mijn balkon zitten heeft nu geen zin; het is er te koud. De zon laat zich daar alleen zien in de zomer, ’s ochtends tot 8 uur en ’s avonds vanaf 19.30 uur. Vandaar mijn plastic planten.
 
En straks, vanaf november, is het nog donker en koud als ik moet opstaan. Mijn kat blijft lekker  liggen maar ik moet er uit, het warme bed verlaten. Dat is toch tegennatuurlijk? Helaas heeft de maatschappij  daar geen boodschap aan.

Daarnaast word ik triest van het grijze weer en de donkere dagen. ’s Ochtends naar het werk in het  donker en ’s avonds naar huis in het donker. Geen straaltje zon op mijn gezicht.

Uiteraard heeft de wintertijd ook z’n voordelen.

Als de klok is teruggezet is het weekend een uur langer; Ik verzet mijn klokken en horloges pas nadat ik ben opgestaan en aangekleed. Dan is mijn dag lekker lang. Anderen geven de voorkeur aan een langere nacht en verzetten hun klok de avond ervoor. Morgen, maandag is het weer wat lichter in de ochtend en niet meer zo koud. Helaas duurt dát voordeel niet zo lang. De dagen worden immers in rap tempo korter en de temperatuur zakt gestaag tot onder het vriespunt.

Gelukkig heb ik een lekker warm huis en volop eten in de diepvries, ligt mijn kat op schoot als ik ’s avonds TV zit te kijken en heb ik mijn elektrische dekentje aan om mijn bed voor te verwarmen. Heel comfortabel. Maar dan zie ik die beelden voor me van al die mensen die  nu in de regen en kou buiten moeten slapen, op de koude grond, met heel weinig te eten en te drinken, die huis en haard hebben verlaten, die niet weten hoe lang zij in deze ellendige situatie moeten zitten. Dat is pas écht triest.

 

vrijdag 9 oktober 2015

Dat ene sigaretje


In juni 1993 ben ik gestopt met roken. Dit keer voorgoed! De wens om niet meer te roken kwam diep vanuit mijn tenen.
 
Tussen mijn veertiende en zestiende rookte ik stiekem; vanaf mijn zestiende officieel. Toen mocht het van thuis. Die ƒ 100,- die ik zou krijgen als ik voor mijn achttiende niet had gerookt boeide mij niet.

En zo’n lange filtersigaret vond ik zo mooi staan, zo elegant!

Ik wist al van kleins af aan dat ik zou roken. Als mijn vader een sigaret opstak (een Gitanes of een Gauloises) dan vond ik dat altijd heerlijk ruiken, vooral als hij die sigaret in de auto opstak. En bij vrouwen vond ik zo’n lange filtersigaret heel mooi staan, zo elegant!

 
De eerste sigaret was natuurlijk heel vies en ik werd er ook nog duizelig van. Maar ja, ik moest roken. En roken deed ik: elke dag, zelfs met keelontsteking, jaren lang. Tot ik er genoeg van kreeg, en mij realiseerde dat ik verslaafd was. Dat nicotinemonstertje bepaalde of ik een sigaret opstak, niet ik.

Maar ja, met stoppen had ik al ervaring opgedaan:  na een jaar wist ik nog hoeveel dagen ik niet had gerookt. Dat is niet vol te houden. Gelukkig hoorde ik van een praatgroep en dat heeft mij geholpen. Want het was mij wel duidelijk dat ik niet op eigen houtje kon stoppen. Na vijf sessies was ik zover; op woensdagavond doofde ik mijn laatste sigaret onder de kraan, de overige drie sigaretten verpulverde ik en toen was het over en uit! Vanaf dat moment was ik een niet-roker.

Het was niet makkelijk, om te stoppen. Als vergelijking dacht ik aan een relatie, of beter; een relatie die ik eindelijk, na twee jaar aanmodderen, had uitgemaakt, waarna mijn ex daarna steeds opbelde en vroeg of ik met hem uit eten wilde gaan. Mijn antwoord was steevast “nee”, omdat ik wist dat ik dan weer zou bezwijken voor zijn charmes en dat dat het begin van de ellende zou zijn. Die vergelijking hield me op de been om het niet-roken vol te houden.

En vannacht heb ik een sigaret gerookt. Ik was weer begonnen. Wat een ramp, dat wilde ik niet! Hoe kon ik dat doen? En vooral: hoe kom ik er weer van af?  Ik zag dat afkicktraject voor me en werd er niet vrolijk van.

En toen werd ik wakker! Met een bonkend hart. Gelukkig, het was een droom, die terugkerende droom, die angstdroom dat ik weer begonnen ben door dat ene sigaretje. Blij stond ik daarna op, omdat ik nog steeds een niet-roker ben!   

 

woensdag 23 september 2015

De overgang


In de wintermaanden weet ik precies wat ik moet aantrekken: laarzen, een dik vest of een wollen colbert met daaronder een t-shirt met lange mouwen en een col. Lekker warm! In de zomermaanden draag ik graag een dunne broek, ballerina’s of hooggehakte open schoenen, maar geen laarzen.  Afhankelijk van mijn stemming, mijn  afspraken en de weersverwachting wordt de definitieve keuze gemaakt.
 
 Met de komst van de overgang wordt de keuze heel erg lastig.

 Zo makkelijk als het in de winter- en zomermaanden is, zo lastig vind ik het wanneer de overgang is gekomen van koud naar warm weer (en omgekeerd). In april kan het de ene dag nog heel koud zijn en een week later is het eindelijk “rokjesdag”; waarna het in mei weer koud is. Maar in mei wil ik die winterkleren niet meer aan, dan wil ik ze juist omruilen voor mijn zomerkleren; in ieder geval: een groot deel er van.

Helaas is één mooie zomerse dag niet het begin van zomers weer, tenminste niet in Nederland. Ben ik net gewend aan de warmte, dan slaat het weer om! Op zo’n dag weet ik niet wat ik aan moet trekken. En als ik dan naar buiten ga dan heb ik vaak de verkeerde keuze gemaakt:

Volgens mij ben ik ben niet de enige met dit probleem. Juist in deze overgangsmaanden zie ik op straat een grote verscheidenheid aan kleding: sommigen lopen in een korte broek of een rokje met open schoenen, anderen dragen dichte schoenen, een lange broek en een jas met das. En dat allemaal op dezelfde dag.

Afgelopen juni dacht ik: eindelijk, de warme kleren kunnen uit! Maar dat viel tegen. Het duurde nog tot juli eer  de temperatuur hoog genoeg was voor die leuke dunne broek en zomerse jurk, die tot dat moment ongedragen in de kast hingen. Ook durfde ik pas in juli mijn open schoenen te dragen: de tijd van kou lijden was eindelijk voorbij. Heerlijk!!

 

En nu is het herfst. ’s Ochtends op de fiets is het best fris, ’s middags is het warm, zonnig of nat, heel nat!  Dan begint mijn dilemma opnieuw: wat moet ik aan vandaag?

    

dinsdag 1 september 2015

Het zekere voor het onzekere


Een maand of wat geleden kreeg ik een e-mail van een collega met als inhoud dat hij ontslag had genomen om voor zichzelf te beginnen. Hij wilde dat al heel lang en nu vond hij het blijkbaar tijd om zijn droom waar te gaan maken. Hij wel!
De eerste stap is dus gezet. Nu nog de volgende stappen. Maar die durf ik juist niet te zetten.


Ik denk vaak aan mijn droom: een winkeltje in Amsterdam, waar men alleen de allerlekkerste dingen kan kopen, zoals bonbons met pralinévulling, grote plakken Zwitserse chocola , vette roomboterkoekjes, citroen- en chocoladetaart,  de beste jams en misschien zelfs mijn eigen hartige taarten. Als het kan zet ik er nog twee tafeltjes bij waar mijn klanten onder het genot van een perfect gezet kopje koffie kunnen genieten van een van mijn lekkernijen. Ook het interieur zie ik helemaal voor me: de veelkleurige tegelvloer, een toonbank met een antieke vitrine en, heel belangrijk, een draaideur. De winkel is dan open, zonder dat iemand last heeft van een koude windvlaag.

De naam voor mijn winkel heb ik al heel lang in mijn hoofd en de domeinnaam heb ik voor de zekerheid geregistreerd. De eerste stap is dus gezet. Nu nog de volgende stappen. Maar die durf ik juist niet te zetten. Ik ben er te laf voor om het zekere voor het onzekere in te ruilen.
Ik kan natuurlijk starten als ik mijn AOW- en pensioenuitkering krijg; dan heb ik in ieder geval de zekerheid van een basisinkomen.  Maar dan zijn we ruim vijf jaar verder. En tegen die tijd kan de wereld er heel anders uitzien. Misschien heb ik dan geen zin meer, geen energie, kamp ik met een slechte gezondheid, zijn er al te veel van ‘mijn’ winkeltjes.. .wie zal het zeggen?

Maar het  resultaat is dat het dan bij dromen en fantaseren blijft met als gevolg dat ik misschien  spijt krijg, omdat ik heb gekozen voor het zekere en daardoor niet heb gedaan wat ik heel graag wil. Dat vind ik misschien nog erger dan spijt hebben van iets wat ik wel heb gedaan, met de bijbehorende risico’s.  
Mijn collega heeft dus wel de grote sprong durven nemen en dat vind ik getuigen van enorme lef!